Nura is nieuwsgierig

25 June 2011 Geschreven door; Mama

Nura: “Mama, wat heb je allemaal nodig voor een baby?”

Ik: “Nou, euhm, kleertjes, borstvoeding of flesjes, luiers…”

Nura: “Nee, ik bedoel wat je nodig hebt in de buik”

(er valt een kwartje! Ze bedoelt “Wat heb je nodig om een baby te maken”)

Ik: “Nou, een zaadje en een eitje. Een eitje uit de buik van mama en een zaadje uit de piemel van papa maken samen een baby. Je hebt er van allebei eentje nodig.”

Nura: “Haha, als je alleen een zaadje hebt dan komt er een halve baby uit de buik?”

Ik: “Nee, dan blijft het gewoon een zaadje.”

Nura: “Ow… Ben ik ook van een zaadje en een eitje gemaakt?”

Ik: “Ja, jij ook. En Julyan en Taegan ook.”

Nura: “En oma?”

Ik: “Ja, oma ook, een zaadje en eitje van haar mama en papa”

Nura: “Ow… Toen jij klein was, wilde je toen ook elke dag cadeautjes van Sinterklaas…?”

Het loopt!

9 June 2011 Geschreven door; Mama

Tja… kleine baby’s worden grote baby’s. En als ze het jaar gepasseerd zijn dan zijn het in eens dreumessen. Nou, hier niet hoor. Tot ze naar school gaan blijven het mijn baby’s. Alle drie :) .

Maar goed. Kleine baby’s worden ook hier thuis grote baby’s en vorige week besloot Taegan dat het tijd was om te gaan lopen. Geen lange stukken, maar af en toe eens een stukkie om de omstanders te entertainen. Een overenthousiaste Nura en een stoicijnse Julyan en natuurlijk een verbijsterde moeder, werden deelgenoot van zijn gewandel. Maar, Taegan is gelukkig vooral pragmatisch ingesteld en weet ook te doseren. Kleine stukkies wandelen en dan gewoon weer een poosje op handen en knieen zijn jumpsuits over de grond slopen. En alles met een dermate brede lach en ondeugend koppie dat je ernaar blijft kijken. Het is me het entertainment wel!

Bij de Bevers

29 May 2011 Geschreven door; Nura

Weet je wat best wel stoer is? Op scouting zitten… Vorige maand kwamen we in het Haagse Bos een scoutinggroep tegen. Mama vertelde me dat zij vroeger ook op scouting heeft gezeten en dat ze het erg leuk vond. Dat ze allemaal dingen deden die ik ook best wel leuk zou vinden: knutselen, buiten spelen, in het bos ravotten, vuurtje stoken, broodjes bakken en nog veel meer. De scoutingmeneer die we tegenkwamen zei dat kinderen al bij de Bevers mogen als ze 5 jaar oud zijn. En omdat ik al zo groot en slim was mocht ik best nu al komen kijken of ik het leuk zou vinden. En dus ben ik nu al 3 keer naar scouting gegaan… Ik vind het SUPER leuk. Ook wel een beetje spannend, maar ook heel erg leuk!

En om het nog leuker en spannender te maken: volgende week is het Bevers-kamp! Dan gaan we een nacht blijven slapen bij de Bevers! Op de grond, in een slaapzak. Ik heb vandaag alvast een zaklamp gekregen van mama en die gaat mee. Ik ben al begonnen met het pakken van mijn koffer. Hij zit al helemaal vol. Knuffels, een pyjama, twee spijkerbroeken (want bij de scouting moet je een blauwe broek aan. En ook een rode Bevers-bloes, maar die heb ik nog niet want ik ben nog niet door het tunneltje gekropen. Dat doe ik pas als ik 5 jaar oud ben geworden) en het boekje over scouting die ik van de bibliotheek heb. En nu zit het koffertje vol. Mama denkt dat we het inpakken nog een keertje moeten overdoen…

(Mama en papa vinden mijn Bevers-weekendje nog veel spannender dan ik, geloof ik. Haha… het gaat vast helemaal goed).

Onderbroeken kopen!

29 May 2011 Geschreven door; Julyan

Vandaag was het een mama-zoon-dagje. Ik ging samen met mama onderbroeken kopen. Die heb ik namelijk nodig, want ik draag geen luier meer overdag. Daar had ik, toen ik vorige week 3 jaar werd, in eens geen zin meer in. Van het ene op het andere moment voelde ik me daar toch echt te groot voor. En dus loop ik al een week rond in de groene onderbroeken van Nura. Maar, die zijn voor meisjes want die hebben geen extra ruimte voor mijn piemeltje. Vandaag dus echte boxers kopen!

Samen met mama op de fiets. We hadden geluk: 2 voor 5 euro bij de Hema. Er waren veel verschillende en ik mocht er van mama een boel uitzoeken. Ik koos allemaal verschillende, geen eentje heb ik dubbel. Die met de strepen trok ik meteen bij thuiskomst aan, de anderen gingen eerst in de was en daar kies ik er morgen weer eentje van uit om aan te trekken. Wat een feest!

Zindelijk zijn is leuk en zit veel lekkerder. Het is ook nog goed voor het milieu, zegt mama. Mijn broeken zakken nu wel wat meer af, maar ach, daar pakken we dan wel een riem voor.

De grote kleine man…

22 May 2011 Geschreven door; Mama

*Diepe zucht* Mijn kleine jongen wordt groot. Julyan, mijn engelachtige oudste zoon, wordt morgen alweer 3 jaar oud. Slechts 3 jaar geleden dat we op 23 mei, in alle vroegte, in de auto stapten naar het LUMC om ingeleid te worden. Het zou een fijne, maar heftige bevalling zijn. Kort, maar pijnlijk maar met een o zo mooi resultaat: we kregen er een zoon bij!

We hadden wel zorgen rondom Julyan, aangezien we wisten dat hij met een dubbelzijdige schisis geboren zou worden, maar we hadden vooral heel veel zin in de ontmoeting met onze zoon. Het was een mooie ontmoeting. Ontroerend, speciaal en heel bijzonder. Niet alleen werden wij weer ouders, onze dochter werd ook zus. En dat allemaal op een gewone vrijdag in 2008.

En nu… nu in ons kleine blonde mannetje alweer 3 jaar oud. Klein van stuk, pienter, bijdehand en engelachtig mooi. Blonde lokken, grote donkere reebruine kijkers en altijd in voor een grapje. Dat is Julyan. Onze lieve Julyan!

28 april 2010

28 April 2011 Geschreven door; Mama

Ik kolf ’s sachts twee keer. Ik merk zowaar zelfs stuwing optreden en dus weet ik dat mijn melkproductie weer goed op gang aan het komen is. Dat stelt me gerust, zeker ook omdat we nog niets gehoord hebben van Interne Geneeskunde over de hormoonwaarden, mijn lijf werkt nog, ik kan mijn zoon nog zelf voeden! Deze ochtend is mijn moeder bij me en is Hotze met de kinderen even uitwaaien op het strand. Voor de kinderen is het goed om even te kunnen spelen zonder constant bij ‘opvang’ te zijn. Hoe lief oma en de oppas ook zijn, ze vervangen de aanwezigheid van mama of papa niet. In de ochtend komt Interne Geneeskunde vertellen dat de hormoonwaardes van de eerste drie testen goed zijn. De overige twee testen komen pas na een paar weken binnen, maar omdat de eerste drie goed zijn, is de verwachting dat de overige twee ook gewoon goed zullen zijn. Toch een opluchting: geen hersenbeschadiging dus. Dan komt ook de co-assistent van de gynaecoloog langs. Ze geeft aan dat ik goed reageer op de antibiotica in pilvorm en dat we dus naar huis gaan in beeld krijgen. Ze geeft aan dat ik maar moet aangeven als ik me goed genoeg voel om naar huis te gaan. Ik reageer door te vragen of ik dan vanmiddag naar huis zou mogen als ik zou willen. Ze twijfelt en geeft aan dat vanmiddag wellicht te snel is, maar morgen waarschijnlijk wel. Later komt de gynaecoloog zelf langs. Ik vraag hem hoe het er nu van binnen uit ziet. Wat ik me daarbij moet voorstellen. Hij tekent het voor me. Mijn baarmoedermond is laten zitten. Alleen de baarmoeder zelf is dus verwijderd en die holte vult zich met darmen etc. De eierstokken zijn ook blijven zitten en dus zal mijn cyclus gewoon maandelijks doorgaan. Hij geeft ook aan dat ik wat hem betreft naar huis mag. Ik grap dat ik dan maar thuis ga douchen… Hij reageert dat hij me aanraadt lekker hier even te douchen en dan in te pakken. Beter fris en fruitig thuis aankomen is zijn advies. Ik ben verrast… dacht dat ik pas de volgende dag naar huis zou mogen, dus dit is een prettige verrassing!

Ik bel Hotze op om hem te vertellen dat ik naar huis mag. Hij is ook verrast en geeft aan nog op het strand te zijn, maar nu richting huis te gaan. Samen met mijn moeder beginnen we wat dingetjes in te pakken. Alle kaartjes, bloemen etc. moeten natuurlijk allemaal mee. Wel kunnen we pas naar huis als de psychiater geweest is. Deze komt tussen 14.00-15.00u. Als Hotze er om 13.00 nog niet is bel ik hem weer. Hij zit thuis en is enigszins verward. Ik vraag hem waarom hij niet naar het zkh komt, en of ik met de bus naar huis moet… Hij geeft aan meteen te komen. Om 14.30 komt de psychiater en na het gesprek en met een afspraak voor over twee weken op zak, pakken we alle spullen in en gaan we richting huis! Eindelijk naar huis!!!

Thuis komen we de binnentuin binnen rijden en zijn Nura en Julyan aan het spelen. Meteen gaan we naar binnen en hebben we een fijn moment van hereniging. Nura komt echt knuffelen en vertelt me dat ze zo blij is dat ik weer thuis ben. Julyan brengt me allerlei houten speelgoed eten. Blijkbaar zijn manier van vertellen dat hij blij is dat ik er weer ben. ‘s Avonds eten we patat met frikandellen. Ik slaap ‘s avonds weer in mijn eigen bed.

 

Dit is het laatste deel dat ik geschreven heb in de eerste week dat ik uit het ziekenhuis werd ontslagen. Voor mijn eigen verwerking en voor het later kunnen reconstrueren van die week heb ik het gedetailleerd en beeldend opgeschreven. Ik heb er heel af en toe een paar woorden uitgehaald die net over mijn privacygrens gingen, maar 99,9% heb je het ruwe verhaal gelezen. Dit is hoe het was. Niets meer, niets minder. Komende week zal ik proberen om een vervolg te schrijven, een kort overzicht van ons verdere verwerkingsproces en waar we nu als gezin staan. Dank voor het lezen!

27 april 2010

27 April 2011 Geschreven door; Mama

Vannacht blijft Taegan bij mij in het ziekenhuis. Hij slaapt in een zo’n plexiglas wiegje naast me. Tussen 3.00 en 5.00 uur is hij erg onrustig. Dat komt waarschijnlijk omdat hij door mij niet goed geboerd wordt en hij wel last heeft van de spanning in zijn nekje door de voedingshoudingen. Als hij om 5.00 uur weer slaapt, slaap ik niet meer diep in. In de ochtend komt de verpleegster me eindelijk verlossen van de drain in mijn buik. Een drain is een slang die in de wond in mijn buik zit om zo wondvocht en bloed af te voeren. Hij ‘produceert’ al een tijdje niet meer. De drain zit met een stevige hechting in een gat naast de wond in mijn buik. Na het lossnijden van de hechting zit de drain nog steeds diep in mijn buik vast. Er moet echt even flink aan getrokken worden voor hij met een ‘plop’ losschiet. Hierna heb ik alleen nog een infuus en een katheter. Aangezien ik ook hetgeen dat niet door een katheter past moet ga ik voor het eerst mijn bed uit sinds vier dagen. Het doet pijn. De darmbewegingen gaan natuurlijk allemaal langs het operatiegebied in mijn buik. Nadat ik klaar ben op de wc ga ik meteen douchen. Wat voelt een douche dan in eens prettig. Dat is echt iets wat ik in het dagelijks leven hoger zou moeten waarderen. Na het douchen trek ik ook voor het eerst echte kleding aan. Tot dan toe heb ik constant een ziekenhuis-operatie-vestje aangehad. Een voedingshemdje en, nadat de katheter ook is verwijderd, een onderbroek. Betekent wel dat ik nu constant naar de wc moet om te plassen, zo zonder katheter. Dat is váák, want ik heb natuurlijk nog wel een infuus dat liters vocht in mijn lijf pompt. Maar, het voelt goed om weer ietsje mobieler te zijn.

In de middag komt het team van gynaecologen ook weer langs. Ze maken zich nog wat zorgen over mijn koorts. Ik had bij aankomst op de afdeling geen koorts meer, maar in de nacht in eens toch weer een meting van 38,3 graden. En omdat het laatste infuus er deze ochtend ook uitgegaan is, omdat hij pijn begon te doen, kan ik geen antibiotica meer krijgen via het infuus. Het wordt dan dus in pilvorm gegeven. Maar, het kan dan minder goed werken en ervoor zorgen dat mijn koorts dus weer terug komt. Liever zouden ze een nieuw infuus prikken omdat een terugval van de situatie door de overstap op pilvorm antibiotica mijn ziekenhuisverblijf zou kunnen verlengen. Ik wil liever geen infuus meer, want een infuus is zo’n gesleep en gedoe en belemmerd me vooral ’s nachts met het slapen. Ze zijn alle drie erg serieus en geven ons het idee dat naar huis gaan er voorlopig nog niet in zit.

Eind van de middag, als de kinderen langskomen, gaan we naar buiten. Ik, zowaar weer met gewone kleding aan, in een rolstoel. We rijden om het ziekenhuis heen naar een speeltuintje. De kinderen spelen een uurtje, we eten wat fruit. Het is enorm confronterend om buiten het ziekenhuis te zijn. De wereld in het ziekenhuis lijkt stil te staan. In dat kamertje, op de vijfde etage, lijkt alles afgestompt te zijn. Alsof je vanuit een vissenkom als goudvis naar de wereld aan het kijken bent. Maar eenmaal buiten merk je dat de wereld gewoon doorgaat. Het is in eens lente geworden, schitterend weer, bloesem aan de bomen. Kinderen speelden met elkaar, zwangere vrouwen liepen rond. Allemaal een beetje teveel confrontatie voor me en dus zit ik te janken in mijn rolstoel. Toen Hotze, de kinderen en mijn moeder later naar huis zijn om te eten en op bed gelegd te worden, heb ik een uur lang zitten huilen met Taegan in mijn armen, op mijn kamertje, daar op de vijfde verdieping. Het leek wel alsof dat uurtje buiten ervoor zorgde dat er eindelijk wat ruimte kwam voor een stukje gevoel. Het was voor het eerst dat ik echt heel hard kon huilen. Ook doordat mijn buik minder pijn deed doordat de drain verwijderd was, waardoor ik ook beter met grote teugen kon huilen. Het luchtte wel een op, kunnen huilen. De ruimte geven aan het torenhoge verdriet. Ook een teken dat ik lichamelijk  herstellend ben. De energie voor de strijd van mijn lijf om te overleven kan weer een standje lager en gestoken worden in andere dingen…

Hotze en ik besluiten dat Taegan die avond gewoon thuis slaapt. Ik ben niet mobiel genoeg om hem goed te kunnen voeden ’s nachts en wachten op de verpleging om te helpen in de nacht is niet hetgeen we voor hem willen. Dan kan hij beter thuis bij zijn vader slapen. Het drinken uit een flesje gaat goed zonder dat hij tepel-speen-verwarring krijgt, dus die nachtrust inbouwen voor mij is dan beter. Ik kolf genoeg om mee te geven voor de nacht. Om 23.00 gaan Hotze en Taegan samen richting huis, nadat we de avond samen hebben doorgebracht. Ik blijf achter voor weer een nacht in het ziekenhuis.

26 april 2010

26 April 2011 Geschreven door; Mama

Ik kolf in de nacht zo, zodat ik in de ochtend nogmaals kan kolven, maar die melk niet hoef weg te gooien. En zo staat er 50cc afgekolfde melk klaar voor als Hotze en Taegan straks komen. Eerst komt iemand van Interne Geneeskunde vijf buisjes bloed afnemen. Doordat mijn melkproductie zo enorm gekelderd is zijn de artsen bang dat mijn hypofyse is aangetast door het vele bloedverlies. Dit deel van de hersenen regelt de hormoonhuishouding en is het eerste dat lijdt onder ernstig bloedtekort. Ze gaan mijn bloed onderzoeken op hormoonwaardes om hier uitsluitsel over te geven. Ik wijt de slechte kolfopbrengst meer aan de dagen op de IC met het liggend kolven met de Symphony dan aan een eventuele hersenbeschadiging. Maar het bloed zal uitsluitsel erover moeten geven.

Hotze en Taegan zijn rond 9.00u in het ziekenhuis. Het kleine gupje ligt lekker te slapen, maar wordt redelijk snel wakker. Het is spannend om hem weer aan te leggen: wie weet is hij de zuigtechniek kwijt geraakt, want hij heeft drie dagen lang alleen maar met een gewone speen gedronken. We leggen hem aan, hij hapt en het gaat meteen goed! Wat een opluchting. Hotze maakt meteen een paar foto’s van dit moment.

Taegan komt overdag redelijk vaak, elk half uur ofzo. Hij heeft duidelijk niet genoeg melk per voeding om er lekker op te slapen en hij begint ook weer meer te spugen. Dit wijten we aan de andere voedingshouding. Hij heeft een sterke spanning in zijn nek, achterover. Bij het drinken bij mij moet hij, doordat ik nog niet goed rechtop kan zitten, op zijn buik op mijn buik liggen. Met het drinken uit de fles kan hij vrijer bepalen hoe hij zijn hoofd heeft liggen en dus ontspannener drinken. Na een paar uur besluiten we hem wat na te voeden met een flesje zodat hij even rust krijgt en een gevuld buikje. Ik ga daarna even slapen. Na het slapen komt de psychiater van het ziekenhuis langs. Hij stelt me vragen over hoe ik me voel: gerichte vragen zoals “ben je boos op je lichaam of op je zoontje over wat er is gebeurd?” en vraagt over mijn verleden, familie etc. Een soort intake. Ik heb ook het idee dat hij me test door een foto te laten zien van zijn ‘dochtertje.’ Het is een oudere man, zeker in de vijftig en hij laat een foto zien van een meisje van 8 maanden. Hij noemt haar ‘een cadeautje van de natuur.’ Ik reageer erop door te zeggen dat ze een schatje is. Achteraf denk ik dat hij me testte en bewust de zin ‘cadeautje van de natuur’ gebruikte, om te zien hoe ik daarop reageerde. En als het geen test was, dan was het redelijk ongepast, lijkt me. Want zo’n cadeautje gaan wij nooit meer krijgen. Het is wel prettig om eens wat gerichte vragen te krijgen in plaats van de ‘hoe gaat het met je’ die elke verpleegster, dokter etc. stelt als ze aan mijn bed staan. “Hoe denk je dat het gaat? Geen idee, vertel het mij maar… hoe zou je je moeten voelen na het verwijderen van je baarmoeder?”

Eind van de middag komt Hotze weer even met de kinderen langs. Na een halfuurtje gaan zij richting huis en blijf ik alleen met Taegan achter. Rond half negen komt Hotze weer in het ziekenhuis en brengen we de avond weer samen door. We zijn veel met Taegan ook bezig, maar kunnen ook weer praten, vertellen, huilen en soms zelfs lachen.

25 april 2010

25 April 2011 Geschreven door; Mama

De nacht van zaterdag op zondag slaap ik ietsje langere stukken. Half uurtjes, uurtjes… Twee keer roep ik de broeder om me te helpen met kolven. De broeder kijkt me vreemd aan als ik hem voor de tweede keer roep en vraagt ‘alweer?’ terwijl er al 4,5 uur tussen zit. Ik kolf overigens nog maar heel weinig. Krap 50cc uit twee borsten. Ik heb een Symphony kolf tot mijn beschikking. Wat een rotkolf is dat zeg… Iedereen zweert altijd bij Medela kolven, maar mij niet gezien. Ik vind het echt een kolf waar ik niets mee kan. Veel te slap. Geef mij maar een handkolf of eentje die ik op volle kracht erop kan zetten.

Zondagochtend komt Hotze pas laat in het ziekenhuis aan. Ik ben er wat geërgerd over en vraag me af wat er nou belangrijker kan zijn dan bij mij zijn? Mijn moeder is wel bij me en heeft ook de nacht in de logeerkamer naast de IC geslapen. Later bedenk ik me dat Hotze druk bezig is met alles regelen, de kinderen geruststellen etc. maar ik voel dat ik hem graag meer bij me wil hebben. In de loop van de zondag mag ik van de IC af. We hoopten ook dat ik dan weer zou mogen voeden, maar dat mag nog niet. Ik heb om 6.00 uur ’s ochtends de laatste dosis stollingsmiddel gekregen dus ik mag pas maandag na 6.00 uur weer voeden. Ik verhuis naar de gynaecologieafdeling. Tussen de pas bevallen moeders met schreeuwende baby’s. Ik heb een eigen kamertje in een rustig deel van de afdeling. Ik ben nog steeds niet uit bed geweest, want de drain zit nog in mijn buik. Wel zijn de meeste andere slangen en buisjes inmiddels verwijderd. Nog enkele infusen en dus de drain en kathether zitten nog op hun plek. Aan het eind van de middag komt Hotze met de kinderen langs. Ik zie de kinderen dan voor het eerst weer sinds dat ik ze op de gang tegenkwam met hun knuffelkonijnen op weg naar ‘school.’ Nura stelt vragen over het ‘babygaatje’ en of er nu later nog wel weer een baby komt. Ik vertel haar dat er geen baby meer kan komen. Ze blijven niet lang. Ze willen overal aanzitten en zijn druk. Na een kwartiertje gaan ze weer met Hotze en mijn moeder naar huis. Hotze komt na het eten en op bed leggen van de kinderen weer naar mij toe. Ik ben blij om hem even wat langer en rustig te zien. Heb het gevoel hem al heel lang niet meer gezien te hebben. We praten lang over alles wat zich heeft afgespeeld. We hebben allebei ons eigen deel van het verhaal. We huilen veel en begrijpen precies hoe we ons voelen. Ik vraag aan Hotze of hij ook een beeld met meer kinderen had, net als ik. Hij beaamt dat. Niet al een vastomlijnd beeld, maar wel een gevoel dat we er in de toekomst weer over zouden gaan nadenken en wie weet hoe we er invulling aan zouden gaan geven. Het doet me goed om dat te horen. Het maakt mij me minder alleen voelen in het verdriet over een toekomstig verlies. Rond 23.00 gaat Hotze richting huis. De volgende ochtend zal hij weer terugkomen, mét Taegan omdat die dan weer mag drinken.

24 april 2010

24 April 2011 Geschreven door; Mama

De nacht duurt eeuwig. Ik val telkens in slaap en als ik wakker word is de klok boven mijn hoofd slechts 5 of 10 minuten verder. Er gaat van alles door mijn hoofd maar ik kan weinig dingen een plek geven. Om 7 uur ’s ochtends zie ik Hotze weer. Hij heeft in de logeerkamer naast de IC geslapen (nou ja, geslapen… op een bed gelegen in ieder geval). In de loop van de ochtend komt de dienstdoende gynaecoloog, dr. Pelikan, naast mijn bed. Hij begint te vertellen wat zich heeft voltrokken. Halverwege zijn verhaal word ik moe en sluit mijn ogen om in slaap te vallen. Hij praat door en hoewel ik weinig meer mee krijg hoor ik ineens “hebben we je baarmoeder moeten verwijderen.” Mijn ogen schieten open en ik krijg een steek in mijn hart en buik. Ik kijk angstig richting Hotze… dit kan niet waar zijn? Hij ziet er niet uit alsof hij het voor het eerst hoort. Ik vraag me af of hij het dus al wist… er schiet door mijn hoofd dat het gemeen is dat hij het mij niet heeft verteld, maar ik bedenk me meteen dat het in alle films ook altijd zo gaat. Er komen een paar tranen, maar ik kan er nog niet helemaal bij hoe en wat. Het landt maar half. Rationeel landt het. Ik weet dus dat ik geen kinderen meer zal gaan krijgen. Er echt iets bij voelen, dat lukt niet.

Hotze vertelt me dat hij het de hele tijd al heeft geweten maar dat hij het niet mocht zeggen omdat ik er nog niet aan toe zou zijn geweest en mijn toestand maar net stabiel was. Beetje bij beetje wordt me het hele verhaal verteld wat er zich op vrijdag heeft afgespeeld:

Nadat ik op de OK onder narcose gebracht ben word er een curettage uitgevoerd. Het stolsel dat zich in mijn baarmoeder heeft gevormd is zo groot als een kleine meloen. Het bevat zeker 1 tot 2 liter bloed. Na het leeghalen van de baarmoeder blijft de baarmoeder bloeden. Ze geven me extra bloed en alle mogelijke stollingsmiddelen. Ik krijg zakken met donorbloed, 15 stuks in totaal, maar het stroomt er harder uit dan ze het er nieuw in kunnen pompen. Na anderhalf uur wordt er een van de assistent gynaecologen Dr. De Groot naar Hotze toe gestuurd. Die zit zenuwachtig te wachten aangezien ik al na 45 minuten terug zou zijn. Hij heeft net een vriendin van mij aan de telefoon, maar de blik in de ogen van de arts doen hem besluiten meteen op te hangen. Dr. De Groot vertelt ongerust dat ze niet meer bezig zijn met een curettage, maar dat ze met een levensreddende operatie bezig zijn en dat ze de baarmoeder zullen gaan verwijderen als allerlaatste middel om mij in leven te houden. Na deze boodschap biedt de arts zijn excuses aan voor het verwijderen van de baarmoeder. Hotze reageert erop door te vragen “gaat ze het redden? Gaat dat werken?” De arts geeft aan dat hij het niet weet. Dat hij het gewoon echt niet weet en dat hij nu snel weer terug moet naar de OK. Daarna wordt Hotze, met een baby van 8 dagen oud in zijn armen, weer achtergelaten in onzekerheid met de wetenschap dat zijn vrouw op het randje van de dood balanceert.

Na het verwijderen van de baarmoeder lijkt mijn situatie te stabiliseren. Ik word naar de intensive care gebracht en rond het middaguur mag Hotze even bij me. Hotze vond me er goed uitzien, ik brak door de narcose heen en heb ook gecommuniceerd met hem.

Hij is niet te lang bij me gebleven omdat hij Taegan niet te lang alleen op de babykamer van de gynaecologieafdeling wilde laten. Als zijn ouders in het ziekenhuis komen om half 3 laat hij Taegan bij hen en gaat weer naar de intensive care toe. Daar vindt hij mij en hij vindt dat ik er minder goed uit zie dan 2 uur eerder. Terwijl hij bij me is ziet hij mijn bloeddruk dalen, de mensen zenuwachtig worden en wordt hij vrij snel weggestuurd. Ze nemen me mee naar de radiologieafdeling. Doordat mijn bloeddruk weer daalt blijkt dat ik nog steeds ergens bloed. Omdat een nieuwe operatie een te grote belasting voor mijn lichaam zou zijn proberen ze door middel van embolisatie het lek te vinden. Embolisatie is een techniek waarbij ze met een dikke naald een ader in gaan en met radiologie gericht bepaalde vaten proberen af te sluiten met stolsels. In mijn geval gaan ze er in mijn lies in. Om half vijf komt de hoofd gynaecoloog Dr. Rhemrev bij Hotze, in zijn gewone kleding, met de boodschap dat de situatie stabiel is en dat hij nu een soort van weekend gaat houden en dat zijn collega’s het overnemen. Hotze gaat weer richting IC en ziet mij net binnengereden worden. Hij wordt door het IC-personeel tegengehouden want ze moeten mij eerst aansluiten op alle apparatuur en daar mag geen familie bij zijn. Dit duurt uren. Pas om half acht mag hij bij me. Achteraf horen we dat Dr. Rhemrev niet is weggegaan maar dat hij nog tot half acht, samen met zijn collega’s met me bezig is geweest. Met een tweede embolisatiepoging. Pas op dat moment durven ze me de status ‘stabiel’ te geven.

Zaterdag overdag, na het nieuws van de baarmoederverwijdering, slaap ik veel, maar weer telkens hele korte momenten. Op veel momenten van nadenken bedenk ik me dat het beter zou zijn geweest als ze me maar gewoon hadden laten doodgaan. Ik voel me zo slecht, zie op tegen doorgaan, tegen de pijn die ik voel en tegen het moeten leven zonder baarmoeder en dat wat dat betekent. Mijn moeder is rond 13.00 uur bij me en Hotze is veel aan het regelen. Hij en mijn moeder wisselen elkaar af aan mijn zijde. Ik moet nog een nacht op de intensive care blijven omdat ze me goed in de gaten willen houden in verband met de stollingsmedicatie die ik krijg. Als ik naar een gewone afdeling zou gaan, dan gaan de monitoren eraf en dat durven ze niet aan. Wel word ik naar een eigen box verplaatst zodat ik rustiger lig. Ik zet me er elke 3 uur toe om te kolven. Ik heb er eigenlijk totaal geen energie voor en het voelt zinloos. Op pure ratio zet ik me er toch toe. Ik bedenk me telkens maar dat Taegan mijn laatste kind zal zijn en dat als ik nu kap met kolven ik er later zeker spijt van zal krijgen. Taegan is mijn laatste kans en die moet ik niet opgeven. Toch kolf ik met grote tegenzin. De melk die gekolfd wordt moet ik weggooien in verband met de medicatie. Ik spoor Hotze aan om twee vriendinnen van mij met jonge baby’s te benaderen waarvan ik weet dat ze vriezervoorraad melk hebben liggen. Vrij snel hoor ik van Hotze dat er inmiddels door verschillende mensen donormelk wordt aangeboden zodat Taegan geen kunstvoeding hoeft te krijgen. De twee vriendinnen komen beiden melk brengen zodat Taegan een voorraadje heeft.

Ik kan ook een inventarisatie maken van alle slangetjes en buisjes die er aan mijn lichaam zitten. Ik tel dat er 18 in totaal zijn geweest: een tube in mijn mond, een sonde in mijn neus, 7 infusen in mijn armen, een saturatiemeter op mijn vinger, 5 elektroden op mijn borst, een thermometer in mijn kont, een kathether en een drain in een gat in mijn buik. Ik krijg liters vocht toegediend, elke 6 uur antibiotica en paracetamol en ook nog een soort stollingsspul. Dat laatste is hetgeen dat ervoor zorgt dat de melk ongeschikt is om te geven. Er wordt me verteld dat ik 24 uur na de laatste toediening van dat middel weer mag voeden.

Zowel Hotze als mijn moeder zeuren bij het IC-personeel of Taegan alsjeblieft even bij mij zou mogen zijn. Het personeel stemt toe, maar ik weiger het. Ik kan niets met een kleine baby die niet mag drinken en die ik amper kan vasthouden. Ik wil hem niet zien. Het doet rationeel pijn dat ik zo denk, maar voelen kan ik nog niet. Ik ben nog te weinig herstelt om ook nog te voelen voor een ander dan mezelf. Egoïstisch, maar tis niet anders. Achteraf gezien voel ik me er wel schuldig over, maar kan ik dat weer rationeel een plek geven en goed praten. Het was voor Taegan ook niet leuk geweest om op mijn borst te liggen, instinctief te gaan zoeken en dan niets aangeboden krijgen…