De nacht duurt eeuwig. Ik val telkens in slaap en als ik wakker word is de klok boven mijn hoofd slechts 5 of 10 minuten verder. Er gaat van alles door mijn hoofd maar ik kan weinig dingen een plek geven. Om 7 uur ’s ochtends zie ik Hotze weer. Hij heeft in de logeerkamer naast de IC geslapen (nou ja, geslapen… op een bed gelegen in ieder geval). In de loop van de ochtend komt de dienstdoende gynaecoloog, dr. Pelikan, naast mijn bed. Hij begint te vertellen wat zich heeft voltrokken. Halverwege zijn verhaal word ik moe en sluit mijn ogen om in slaap te vallen. Hij praat door en hoewel ik weinig meer mee krijg hoor ik ineens “hebben we je baarmoeder moeten verwijderen.” Mijn ogen schieten open en ik krijg een steek in mijn hart en buik. Ik kijk angstig richting Hotze… dit kan niet waar zijn? Hij ziet er niet uit alsof hij het voor het eerst hoort. Ik vraag me af of hij het dus al wist… er schiet door mijn hoofd dat het gemeen is dat hij het mij niet heeft verteld, maar ik bedenk me meteen dat het in alle films ook altijd zo gaat. Er komen een paar tranen, maar ik kan er nog niet helemaal bij hoe en wat. Het landt maar half. Rationeel landt het. Ik weet dus dat ik geen kinderen meer zal gaan krijgen. Er echt iets bij voelen, dat lukt niet.
Hotze vertelt me dat hij het de hele tijd al heeft geweten maar dat hij het niet mocht zeggen omdat ik er nog niet aan toe zou zijn geweest en mijn toestand maar net stabiel was. Beetje bij beetje wordt me het hele verhaal verteld wat er zich op vrijdag heeft afgespeeld:
Nadat ik op de OK onder narcose gebracht ben word er een curettage uitgevoerd. Het stolsel dat zich in mijn baarmoeder heeft gevormd is zo groot als een kleine meloen. Het bevat zeker 1 tot 2 liter bloed. Na het leeghalen van de baarmoeder blijft de baarmoeder bloeden. Ze geven me extra bloed en alle mogelijke stollingsmiddelen. Ik krijg zakken met donorbloed, 15 stuks in totaal, maar het stroomt er harder uit dan ze het er nieuw in kunnen pompen. Na anderhalf uur wordt er een van de assistent gynaecologen Dr. De Groot naar Hotze toe gestuurd. Die zit zenuwachtig te wachten aangezien ik al na 45 minuten terug zou zijn. Hij heeft net een vriendin van mij aan de telefoon, maar de blik in de ogen van de arts doen hem besluiten meteen op te hangen. Dr. De Groot vertelt ongerust dat ze niet meer bezig zijn met een curettage, maar dat ze met een levensreddende operatie bezig zijn en dat ze de baarmoeder zullen gaan verwijderen als allerlaatste middel om mij in leven te houden. Na deze boodschap biedt de arts zijn excuses aan voor het verwijderen van de baarmoeder. Hotze reageert erop door te vragen “gaat ze het redden? Gaat dat werken?” De arts geeft aan dat hij het niet weet. Dat hij het gewoon echt niet weet en dat hij nu snel weer terug moet naar de OK. Daarna wordt Hotze, met een baby van 8 dagen oud in zijn armen, weer achtergelaten in onzekerheid met de wetenschap dat zijn vrouw op het randje van de dood balanceert.
Na het verwijderen van de baarmoeder lijkt mijn situatie te stabiliseren. Ik word naar de intensive care gebracht en rond het middaguur mag Hotze even bij me. Hotze vond me er goed uitzien, ik brak door de narcose heen en heb ook gecommuniceerd met hem.

Hij is niet te lang bij me gebleven omdat hij Taegan niet te lang alleen op de babykamer van de gynaecologieafdeling wilde laten. Als zijn ouders in het ziekenhuis komen om half 3 laat hij Taegan bij hen en gaat weer naar de intensive care toe. Daar vindt hij mij en hij vindt dat ik er minder goed uit zie dan 2 uur eerder. Terwijl hij bij me is ziet hij mijn bloeddruk dalen, de mensen zenuwachtig worden en wordt hij vrij snel weggestuurd. Ze nemen me mee naar de radiologieafdeling. Doordat mijn bloeddruk weer daalt blijkt dat ik nog steeds ergens bloed. Omdat een nieuwe operatie een te grote belasting voor mijn lichaam zou zijn proberen ze door middel van embolisatie het lek te vinden. Embolisatie is een techniek waarbij ze met een dikke naald een ader in gaan en met radiologie gericht bepaalde vaten proberen af te sluiten met stolsels. In mijn geval gaan ze er in mijn lies in. Om half vijf komt de hoofd gynaecoloog Dr. Rhemrev bij Hotze, in zijn gewone kleding, met de boodschap dat de situatie stabiel is en dat hij nu een soort van weekend gaat houden en dat zijn collega’s het overnemen. Hotze gaat weer richting IC en ziet mij net binnengereden worden. Hij wordt door het IC-personeel tegengehouden want ze moeten mij eerst aansluiten op alle apparatuur en daar mag geen familie bij zijn. Dit duurt uren. Pas om half acht mag hij bij me. Achteraf horen we dat Dr. Rhemrev niet is weggegaan maar dat hij nog tot half acht, samen met zijn collega’s met me bezig is geweest. Met een tweede embolisatiepoging. Pas op dat moment durven ze me de status ‘stabiel’ te geven.
Zaterdag overdag, na het nieuws van de baarmoederverwijdering, slaap ik veel, maar weer telkens hele korte momenten. Op veel momenten van nadenken bedenk ik me dat het beter zou zijn geweest als ze me maar gewoon hadden laten doodgaan. Ik voel me zo slecht, zie op tegen doorgaan, tegen de pijn die ik voel en tegen het moeten leven zonder baarmoeder en dat wat dat betekent. Mijn moeder is rond 13.00 uur bij me en Hotze is veel aan het regelen. Hij en mijn moeder wisselen elkaar af aan mijn zijde. Ik moet nog een nacht op de intensive care blijven omdat ze me goed in de gaten willen houden in verband met de stollingsmedicatie die ik krijg. Als ik naar een gewone afdeling zou gaan, dan gaan de monitoren eraf en dat durven ze niet aan. Wel word ik naar een eigen box verplaatst zodat ik rustiger lig. Ik zet me er elke 3 uur toe om te kolven. Ik heb er eigenlijk totaal geen energie voor en het voelt zinloos. Op pure ratio zet ik me er toch toe. Ik bedenk me telkens maar dat Taegan mijn laatste kind zal zijn en dat als ik nu kap met kolven ik er later zeker spijt van zal krijgen. Taegan is mijn laatste kans en die moet ik niet opgeven. Toch kolf ik met grote tegenzin. De melk die gekolfd wordt moet ik weggooien in verband met de medicatie. Ik spoor Hotze aan om twee vriendinnen van mij met jonge baby’s te benaderen waarvan ik weet dat ze vriezervoorraad melk hebben liggen. Vrij snel hoor ik van Hotze dat er inmiddels door verschillende mensen donormelk wordt aangeboden zodat Taegan geen kunstvoeding hoeft te krijgen. De twee vriendinnen komen beiden melk brengen zodat Taegan een voorraadje heeft.
Ik kan ook een inventarisatie maken van alle slangetjes en buisjes die er aan mijn lichaam zitten. Ik tel dat er 18 in totaal zijn geweest: een tube in mijn mond, een sonde in mijn neus, 7 infusen in mijn armen, een saturatiemeter op mijn vinger, 5 elektroden op mijn borst, een thermometer in mijn kont, een kathether en een drain in een gat in mijn buik. Ik krijg liters vocht toegediend, elke 6 uur antibiotica en paracetamol en ook nog een soort stollingsspul. Dat laatste is hetgeen dat ervoor zorgt dat de melk ongeschikt is om te geven. Er wordt me verteld dat ik 24 uur na de laatste toediening van dat middel weer mag voeden.
Zowel Hotze als mijn moeder zeuren bij het IC-personeel of Taegan alsjeblieft even bij mij zou mogen zijn. Het personeel stemt toe, maar ik weiger het. Ik kan niets met een kleine baby die niet mag drinken en die ik amper kan vasthouden. Ik wil hem niet zien. Het doet rationeel pijn dat ik zo denk, maar voelen kan ik nog niet. Ik ben nog te weinig herstelt om ook nog te voelen voor een ander dan mezelf. Egoïstisch, maar tis niet anders. Achteraf gezien voel ik me er wel schuldig over, maar kan ik dat weer rationeel een plek geven en goed praten. Het was voor Taegan ook niet leuk geweest om op mijn borst te liggen, instinctief te gaan zoeken en dan niets aangeboden krijgen…
Hele artikel |
4 Reacties